Armoede

Nederland hoort tot de rijkste landen ter wereld. Als we het hebben over armoede in Nederland, valt dat op wereldschaal gezien erg mee. Gelukkig heeft bijna iedereen in ons land een dak boven zijn hoofd, kleding en toegang tot medische zorg en onderwijs. En niemand hoeft honger te lijden.

De armoedegrens is dan ook een relatief begrip. Er is sprake van armoede als iemands inkomen niet hoog genoeg is om voldoende in de maatschappij te kunnen participeren. Het CBS spreekt daarom liever van een lage-inkomensgrens. Die grens wordt berekend aan de hand van het niveau van de bijstand voor een eenpersoonshuishouden in 1979 en vertegenwoordigt een vaste koopkracht. In Nederland lag de grens in 2018 bijvoorbeeld voor een eenpersoonshuishouden op € 1.060,00 netto per maand en voor een gezin met twee kinderen € 2.000,00.

In 2018 waren er 584.000 huishoudens met een laag inkomen. Dat waren samen een miljoen personen, ofwel 6,3% van de bevolking.

Van de huishoudens met een laag inkomen in 2018 moest een groot deel (394.000, dat is 2,5%) al langer dan vier jaar met een laag inkomen rondkomen. Eind vorig jaar leek het er nog op dat die cijfers zich gunstig ontwikkelden, maar sinds het voorjaar van 2020 is het erg onwaarschijnlijk geworden dat die trend zich doorzet.

Het aantal kinderen met een kans op armoede begint af te nemen. In 2018 leefden 264.000 kinderen in een gezin met een laag inkomen. Kinderen met een langdurig armoederisico komen vaak uit een eenoudergezin. In 2018 leefden 130.000 kinderen (3,3%) in een gezin met een langdurig laag inkomen, 5000 minder dan het jaar daarvoor.

In arme gezinnen drukken de kosten van vaste lasten en voeding zwaar. Bij huishoudens met een langdurig laag inkomen is dat meer dan 60% van hun uitgaven. Daardoor kunnen zij minder uitgeven aan andere goederen. De meeste huishoudens met een laag inkomen hebben geen vermogen waarop zij kunnen terugvallen. Mede daardoor was het aantal lopende schuldsaneringen in 2017 zo’n 28.000. Dat aantal vertoont gelukkig wel een dalende lijn.

Bron: CBS – Armoede & sociale uitsluiting 2019

Het werk van de voedselbanken in Nederland

De voedselbanken proberen de allerarmsten wekelijks van een voedselpakket te voorzien. Om dat te kunnen garanderen, moeten de Nederlandse voedselbanken selecteren wie zij kunnen helpen. In 2019 waren dat 151.000 personen in 30.500 huishoudens. Dat is bijna 9% van de huishoudens met een laag inkomen.

Uitgangspunt is dat geen pakketten worden verstrekt zonder een hulpverleningstraject. Mede daardoor heeft in Nederland iemand gemiddeld maar een jaar voedselhulp nodig.

De informatie over de Voedselbank Dronten staat op de pagina Over ons. Daar vindt u ook onze jaarverslagen.

Bron: Feiten en Cijfers Voedselbanken Nederland – 2020

Een vrijwilliger vroeg me of ik een stukje wilde schrijven over mijn ervaring bij de Voedselbank. Dat wilde ik wel, hoewel ik het best lastig vond.

Een paar jaar geleden zaten mijn vriend en ik financieel dik aan de grond en we zagen door de bomen het bos niet meer. Doordat er afspraken gemaakt konden worden met schuldeisers, kwam er weer een beetje licht. Alleen hadden we nog steeds niet voldoende geld voor onze eerste levensbehoeften.

Toen vroeg mijn vriendin waarom we niet naar de Voedselbank gingen. Volgens haar kwamen we daarvoor in aanmerking. Mijn vriend was niet enthousiast: de Voedselbank was toch voor arme mensen? Wij werkten allebei hard; waarom zouden we dat doen? Ik heb het toch maar besproken met mijn maatschappelijk werkster. Die heeft het geregeld met de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland. Ik kon contact opnemen en zo konden we diezelfde week nog bij de Voedselbank terecht.

Ruim een jaar hebben we er gebruik van mogen maken. De kinderen werden op hun verjaardag in de watten gelegd door Stichting Jarige Job. Met Sinterklaas mocht ik zelfs cadeautjes uitzoeken bij de Speelgoedbank. Het eten was prima en af en toe zat er wat anders bij, zoals luiers, tandenborstels en kleding. En met kerst was er een kerstpakket.

Maar het allerbelangrijkste vond ik, dat iedereen je in je waarde laat. Er wordt niet raar naar je gekeken, waar mijn vriend zo bang voor was. De vrijwilligers zijn erg vriendelijk en behulpzaam. Dus als je mij vraagt: “Zou jij net als je vriendin mensen die het nodig hebben, de Voedselbank aanraden?” Ja, dat zou ik zeker doen! Waarom zou je geen hulp aannemen als het je zoveel biedt en je even uit de brand geholpen wordt?

Ilse, oud-cliënt van de Voedselbank