Armoede

Nederland hoort tot de rijkste landen ter wereld. Als we het hebben over armoede in Nederland, valt dat op wereldschaal gezien erg mee. Gelukkig heeft bijna iedereen in ons land een dak boven zijn hoofd, kleding en toegang tot medische zorg en onderwijs. En niemand hoeft honger te lijden.

De armoedegrens is dan ook een relatief begrip. Er is sprake van armoede als iemands inkomen onvoldoende is voor het consumptieniveau dat in een samenleving als minimaal noodzakelijk wordt gezien. Het CBS spreekt daarom liever van een lage-inkomensgrens. Die grens wordt berekend aan de hand van het niveau van de bijstand voor een eenpersoonshuishouden in 1979 en vertegenwoordigt een vaste koopkracht. In Nederland lag de grens in 2016 bijvoorbeeld voor een eenpersoonshuishouden op € 1.030,00 netto per maand en voor een gezin met twee kinderen € 1.940,00.

In 2016 moesten er van de 7.200.000 huishoudens 590.000 (8,2%) rondkomen van een laag inkomen. De verwachting is dat dit aantal in 2018 tot 7,9% daalt.

Van de huishoudens met een laag inkomen in 2016 moest een groot deel (224.000) al langer dan vier jaar met een laag inkomen rondkomen. De economische crisis heeft nog veel huishoudens die aan de onderkant van de inkomensverdeling terecht kwamen, in zijn greep.

Het aantal kinderen met een kans op armoede begint af te nemen. In 2016 leefden 117.000 kinderen (3,7%) in een gezin met een langdurig laag inkomen. Kinderen met een langdurig armoederisico komen vaak uit een eenoudergezin. Een aantal van 292.000 kinderen had in 2016 risico op armoede door een tijdelijk laag inkomen in hun gezin.

In arme gezinnen drukken de vaste lasten zwaar. Bij huishoudens met een laag inkomen is dat bijna de helft van hun uitgaven. Daardoor kunnen zij minder uitgeven aan andere goederen. De meeste huishoudens met een laag inkomen hebben geen vermogen waarop zij kunnen terugvallen. Mede daardoor was het aantal lopende schuldsaneringen in 2016 zo’n 34.000. Dat aantal vertoont gelukkig wel een dalende lijn.

Bron: CBS – Armoede en sociale uitsluiting 2018

Het werk van de voedselbanken in Nederland

De voedselbanken proberen de allerarmsten wekelijks van een voedselpakket te voorzien. Om dat te kunnen garanderen, moeten de Nederlandse voedselbanken selecteren wie zij kunnen helpen. In 2017 waren dat 132.500 personen in 30.500 huishoudens. Dat is ruim 5% van de huishoudens met een laag inkomen.

Uitgangspunt is dat geen pakketten worden verstrekt zonder een hulpverleningstraject. Mede daardoor heeft in Nederland iemand gemiddeld maar een jaar voedselhulp nodig.

De informatie over de Voedselbank Dronten staat op de pagina Over ons. Daar vindt u ook onze jaarverslagen.

Bron: Feiten en Cijfers Voedselbanken Nederland – 2018

Een vrijwilliger vroeg me of ik een stukje wilde schrijven over mijn ervaring bij de Voedselbank. Dat wilde ik wel, hoewel ik het best lastig vond.

Een paar jaar geleden zaten mijn vriend en ik financieel dik aan de grond en we zagen door de bomen het bos niet meer. Doordat er afspraken gemaakt konden worden met schuldeisers, kwam er weer een beetje licht. Alleen hadden we nog steeds niet voldoende geld voor onze eerste levensbehoeften.

Toen vroeg mijn vriendin waarom we niet naar de Voedselbank gingen. Volgens haar kwamen we daarvoor in aanmerking. Mijn vriend was niet enthousiast: de Voedselbank was toch voor arme mensen? Wij werkten allebei hard; waarom zouden we dat doen? Ik heb het toch maar besproken met mijn maatschappelijk werkster. Die heeft het geregeld met de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland. Ik kon contact opnemen en zo konden we diezelfde week nog bij de Voedselbank terecht.

Ruim een jaar hebben we er gebruik van mogen maken. De kinderen werden op hun verjaardag in de watten gelegd door Stichting Jarige Job. Met Sinterklaas mocht ik zelfs cadeautjes uitzoeken bij de Speelgoedbank. Het eten was prima en af en toe zat er wat anders bij, zoals luiers, tandenborstels en kleding. En met kerst was er een kerstpakket.

Maar het allerbelangrijkste vond ik, dat iedereen je in je waarde laat. Er wordt niet raar naar je gekeken, waar mijn vriend zo bang voor was. De vrijwilligers zijn erg vriendelijk en behulpzaam. Dus als je mij vraagt: “Zou jij net als je vriendin mensen die het nodig hebben, de Voedselbank aanraden?” Ja, dat zou ik zeker doen! Waarom zou je geen hulp aannemen als het je zoveel biedt en je even uit de brand geholpen wordt?

Ilse, oud-cliënt van de Voedselbank